| Type: | administratie centraal |
| Andere namen: | afkorting: GUSB (1933) naamsverandering: Association Sportive Universitaire de Gand (1921-1930) naamsverandering: Gentse Universitaire Sportbond (1933-1971) naamsverandering: Gentse Universitaire Sportbond, Studentenvoorzieningen (1971-1974) naamsverandering: Gentse Universitaire Sportbond, Diensten van de Rector (1974-1992) naamsverandering: Gentse Universitaire Sportbond, Centrale Diensten (1992-1994) naamsverandering: Dienst Gents Universitair Sportbeheer, Centrale Diensten (1994-2002) naamsverandering: Afdeling Sportvoorzieningen, directie Studentenvoorzieningen (2002) |
| Periode: | 1921-... |
| Functies: | De afdeling Sportvoorzieningen beheert de sportaccommodaties van de Universiteit Gent, organiseert sportactiviteiten en is de dienst waar alle studenten en personeel van de Universiteit Gent een beroep op kunnen doen voor alle vragen en problemen in verband met sport. Deze afdeling organiseert activiteiten in de meest uiteenlopende sportdisciplines, van aerobics tot zwemmen. Momenteel kunnen niet minder dan 37 sporttakken beoefend worden. Zowel de beginner, de gevorderden als de clubspeler kan er terecht om zijn geliefkoosde sport(en) te beoefenen tegen zeer democratische prijzen. Voor vele sporttakken worden interfacultaire en interdienstenkampioenschappen georganiseerd. De Gentse universiteit neemt ook deel aan de Vlaamse en Belgische universitaire kampioenschappen en aan internationale universitaire sport-ontmoetingen. De Universiteit Gent voert sinds het einde van de jaren 1980 ook een topsportvriendelijk beleid door beloftevolle topsporters de nodige studie- en examenfaciliteiten toe te kennen zoals verplaatsen van practica, gewettigde afwezigheid in lessen of practica omwille van deelname aan trainingen, stages of wedstrijden, spreiden van een studiejaar, verplaatsen van examens… Topsportstudenten hebben daarenboven ook gratis toegang tot de universitaire sportinfrastructuur van de afdeling Sportvoorzieningen en sportmedische begeleiding van de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Faculteit Geneeskunde. Gegadigden voor het topsportstatuut dienen hun aanvraag en een sportief curriculum vitae bij de Rector van de Universiteit Gent in te dienen, die zowel het advies van de Werkgroep Topsport en Studies als van de desbetreffende sportclub of sportfederatie inwint. Verder reikt de Universiteit Gent elk jaar een Prijs studie en topsport uit aan de student(e) die zowel op sportief als academisch vlak hoge ogen gooide. (1) ----- (1) Gent Verkend 2005-2006. Informatiegids voor de student van de UGent, Gent, s.n., 2005, p. 133. |
| Geschiedenis: | De negentiende eeuw was het tijdperk van “laissez faire” op politiek, sociaal en economisch vlak. De ontwikkeling van de moderne welvaartsstaat en de beoogde democratisering van het universitair onderwijs zouden er tijdens de twintigste eeuw toe leiden dat er steeds meer voorzieningen voor studenten ontwikkeld werden. De particuliere caritatieve initiatieven zouden tijdens de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw domineren. Het waren de studenten die in het kader van hun studentenverenigingen de eerste culturele, sociale en sportieve activiteiten organiseerden. (1) Het Bestuur voor Hoger Onderwijs van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten zou in 1910 de eerste officiële sportactiviteiten voor studenten organiseren door met het Koninklijk Besluit van 3 maart 1910 een jaarlijkse interuniversitaire sportdag voor de vier Belgische universiteiten op te starten, die tot interuniversitaire kampioenschappen zouden uitgroeien. De organisatie van deze interuniversitaire sportontmoetingen werd toevertrouwd aan een Beschermcomité en een Organisatiecomité, waarin ook de Rijksuniversiteit Gent was vertegenwoordigd. (2) De Gentse universiteit zou zelf pas na de Eerste Wereldoorlog interesse voor dergelijke initiatieven vertonen. De Raad van Beheer van de Rijksuniversiteit Gent zou bijvoorbeeld in 1921 een toelage verlenen aan de nieuwe Association Sportive Universitaire de Gand voor de aankoop van sportmateriaal. (3) Jammer genoeg is er over deze vereniging verder niets geweten. De Association Sportive Universitaire de Gand verzeilde door de vernederlandsing van de Gentse universiteit in 1930 in een crisis. De vereniging werd in 1933 omgedoopt tot Gentse Universitaire Sportbond (GUSB) en slaagde erin een waaier aan activiteiten te ontplooien. (4) De eerste statuten van 26 februari 1934 vermelden dat de GUSB “het officieel en enig organisme [is] welke op de Rijksuniversiteit Gent bevoegd is voor de inrichting, onderrichting, propaganda en controle op de lichamelijke opvoeding, met inbegrip van alle sporten”. (5) Het diende met dit doel voor ogen sportpropaganda te voeren, oefenstonden en leergangen in te richten en sportmateriaal in de mate van het mogelijke ter beschikking te stellen. De organen van de GUSB waren het Beschermings-comité, het Steuncomité, de Beheerscommissie, de Sportsenaat, het Bestuur van de Sportsenaat en de Sportleider. Het Beschermingscomité en het Steuncomité groepeerden diegenen die bereid waren de GUSB financiële steun te verlenen. De Beheerscommissie bestond uit de Rector, de afgevaardigde van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en de voorzitter van de Sportsenaat en had de opdracht zoveel mogelijk fondsen voor de GUSB in te zamelen en deze te beheren. De Sportsenaat was het overlegorgaan van de voorzitters en de secretarissen van de acht verschillende sporttakken en diende een aantal belangrijke materies te bespreken, zoals de organisatie van sportpropaganda, de inrichting van oefenstonden, de deelname aan wedstrijden, de aankoop en herstelling van sportmateriaal, de samenstelling van de sportploegen en de coördinatie van de verschillende sporttakken. (6) De Sportsenaat verkoos jaarlijks het Bestuur van de Sportsenaat met een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De Sportleider diende technisch advies aan de sportbeoefenaars te verlenen en zetelde ook in de Sportsenaat. Een docent van het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO) bekleedde de functie van Sportleider, een opdracht die enkele jaren later officieel bekrachtigd werd met het Ministerieel Besluit van 2 juli 1938. Dit ministerieel besluit bepaalde immers dat deze docent belast werd met een vrije cursus lichamelijke opvoeding, die ieder jaar voor alle studenten gegeven zou worden in het vooruitzicht van de interuniversitaire wedstrijden én met de praktische organisatie van de universitaire sporten. (7) Tijdens deze periode werden van hogerhand ook een aantal maatregelen genomen om de sportbeoefening aan de rijksuniversiteiten te stimuleren. Een eerste maatregel was de beslissing van de Minister van Nationale Opvoeding in 1934 om de studenten de woensdagnamiddag steevast vrijaf te geven, zodat deze persoonlijk wetenschappelijk onderzoek zouden kunnen verrichten en/of zouden kunnen sporten. (8) Een andere stimulans was het Koninklijk Besluit van 15 mei 1934, dat bepaalde dat elke student bij zijn inschrijving in een rijksuniversiteit een klein bedrag diende te storten, waarvan de opbrengst zou dienen om de lichamelijke opvoeding en de sportbeoefening verder uit te bouwen. (9) De GUSB ontving eind jaren dertig ook een toelage van de Algemene Directie Jeugd en Sport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid. (10) De democratiseringsgolf van het universitair onderwijs en de ontwikkeling van een stelsel van universitaire sociale voorzieningen zouden tijdens de jaren vijftig en zestig hun doorbraak kennen. Een eerste aanzet was de wet van 16 maart 1954 tot oprichting van een Nationaal Studiefonds, dat studiebeurzen diende te verlenen aan begaafde, maar minder gegoede jongeren. (11) De democratisering van het universitair onderwijs kreeg een tweede belangrijke impuls met de invoering van de omnivalentiewet van 8 juni 1964, die de deuren van het hoger onderwijs opende voor alle leerlingen die in het secundair onderwijs afstudeerden. (12) De universitaire sportbeoefening had voordien al een belangrijke impuls gekregen met de oprichting van de Belgische Universitaire Sportfederatie (BUSF) in 1947. Het BUSF was een autonome federatie van universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs, die voortaan de organisatie van de universitaire kampioenschappen op zich zou nemen. (13) Het overkoepelende Belgisch sportbeleid won een decennium later ook aan belang met de oprichting van de autonome parastatale Nationaal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding en de Sport (NILOS) in 1956. (14) Een versie van de statuten van de GUSB, die van rond 1960 dateert, vermeldt dat de GUSB op dat moment officieel erkend is door de academische overheid, door de Belgische Universitaire Sportfederatie (BUSF) en door het Nationaal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding en de Sport. De organisatiestructuur was ten opzichte de ontstaansperiode sterk vereenvoudigd. Het Beschermingscomité, het Steuncomité en de Beheerscommissie waren uit het organigram van de GUSB verdwenen, zodat alleen de Sportsenaat, het Bestuur van de Sportsenaat en de Sportleider overbleven. De Sportsenaat groepeerde de afgevaardigden van de negentien verschillende sportafdelingen, het Bestuur van de Sportsenaat groepeerde de voorzitter, de secretaris en de Sportleider. De Sportleider stond nu aan het hoofd van de GUSB. De bijdragen van de studenten die in uitvoering van het Koninklijk Besluit van 15 mei 1934 geïnd werden, vormden nog steeds de belangrijkste inkomstenbron. (15) Het Koninklijk Besluit van 22 februari 1967 zou het Koninklijk Besluit van 15 mei 1934 opheffen, maar de motivering benadrukte wel dat de door de studenten betaalde inschrijvingsgelden deels gebruikt moesten worden ter bevordering van de sportbeoefening. (16) De GUSB ontving daarenboven ook een toelage van het Nationaal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding en de Sport (NILOS) in het kader van de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 14 april 1958. (17) Het NILOS zou in 1963 opgeheven worden en als de Administratie voor Lichamelijke Opvoeding en Sport in het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur geïntegreerd worden. (18) De Rijksuniversiteit Gent zou tijdens de jaren zestig en tijdens het begin van de jaren zeventig haar sociale sector steeds verder uitbouwen om de democratiseringsgolf te kunnen ondersteunen, die zich vertaalde in de verdrie-voudiging van de totale studentenbevolking, van ± 4.000 studenten in 1960 tot ± 12.000 in 1970. (19) Parallel hiermee groeide ook het aantal sportende studenten en het aantal beoefende sporttaken. De opening van het Rijksuniversitair Sportstadion (RUSS) aan de Watersportlaan (Blaarmeersen) in 1970 symboliseerde het groeiende belang van sportbeoefening aan de Rijksuniversiteit Gent. Dit nieuwe sportcomplex bestond uit twee voetbalvelden, een atletiekpiste en een gebouw met kleedkamers, sanitaire installaties en cafetaria. (20) Een nadeel was wel dat het enige voor sport geschikte overdekte lokaal de gymzaal van het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO) aan de Watersportlaan was, die tien jaar voordien in 1960 in gebruik was genomen en niet aan het groeiende aantal sporters was aangepast. Voor sommige sporttakken als zwemmen diende de GUSB daarenboven nog steeds de sportaccommodatie te huren. Daarom werd in 1972 beslist tot de bouw van een sporthal met zwembad aan de Watersportbaan. (21) Dit Rijksuniversitair Sportcentrum (RUSC) zou uiteindelijk op 17 februari 1976 in gebruik genomen kunnen worden. (22) De vraag naar een grotere inspraak van studenten in de universitaire bestuursorganen leidde in 1968 tot de oprichting van een nieuwe en paritair uit professoren en studenten samengestelde Beheerraad van de GUSB. (23) De vereniging werd enkele jaren later, in 1971, samen met nog een aantal universitaire diensten geïntegreerd in een nieuwe overkoepelende entiteit “Studentenvoorzieningen”. (24) Het feit dat deze Studentenvoorzieningen - naast de diensten van de Rector, de diensten van de Ondervoorzitter en de centrale diensten van de Raad van Beheer - voortaan een afzonderlijke en autonome entiteit vormden, was een opvallende indicatie van het toegenomen belang van de sociale voorzieningen voor studenten. De Beheerraad van de GUSB werd in dit kader omgedoopt tot de Sportraad, de Sportleider tot Sportdirecteur. (25) De GUSB zou vanaf 1973 ook aandacht zou besteden aan de organisatie van sportmogelijkheden voor de personeelsleden van de Gentse universiteit. (26) De Raad van Beheer van de Rijksuniversiteit Gent keurde op 17 mei 1974 de nieuwe statuten van de GUSB goed. (27) De GUSB werd uit het organigram van de sociale sector gelicht en verkreeg een autonoom statuut als een rectoraatsdienst. De statuten vermeldden “De Gentse Universitaire Sportbond is een centraliserende dienst die als opdracht heeft de sport aan de Rijksuniversiteit Gent te propageren en te organiseren”. De belangrijkste organen van de GUSB waren de Sportraad, de Sportsenaat Studenten, de Sportsenaat Personeel en het Dagelijks Bestuur. De Sportraad vormde het hoogste orgaan inzake sportbeleid en sportbeheer van de Rijksuniversiteit Gent en was bevoegd voor het algemeen sportbeleid, de opmaak van begrotingsvoorstellen, het financieel beleid in het kader van de toegekende kredieten, het personeelsbeleid en de relaties met andere universitaire organen en sportorganen. De Sportsenaat Studenten was het representatief orgaan van de sportbeoefenende studenten, de Sportsenaat Personeel van de sportbeoefenende personeelsleden. De beide organen konden onder meer voorstellen formuleren met betrekking tot de organisatie van massasport en competitiesport. Het Dagelijks Bestuur was samengesteld uit de sportdirecteur, de voorzitters van de Sportsenaat Studenten en van de Sportsenaat Personeel en de professor van het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO) belast met de lichamelijke opvoeding en de sport. De personeelsleden van de GUSB werden vanaf 1976 georganiseerd in twee entiteiten: een secretariaat dat belast was met de organisatie, de reservatie, de financiën en de public relations en een technische dienst die verantwoordelijk was voor het onderhoud, de schoonmaak, de uitleendienst, de kassa en de reddersdienst. (28) De economische crisis die in 1974 uitbrak, zou de verdere ontwikkeling van de sportvoorzieningen aan de Rijksuniversiteit Gent sterk afremmen. De crisis had tot gevolg dat het aantal studenten aan de Gentse universiteit een decennium lang rond 12.000 zou stagneren. (29) Vanaf het einde van de jaren tachtig zou studentenbevolking echter opnieuw aangroeien, van ± 14.000 in 1987 tot ± 27.000 nu. (30) Het aanbod van de sportvoorzieningen werd verder uitgebouwd om deze stijgende trend op te kunnen volgen. De Rijksuniversiteit Gent zou vanaf het einde van de jaren 1980 ook aandacht besteden aan de ondersteuning en stimulering van de topsportbeoefening van studenten. De permanente Commissie voor Studie- en examenfaciliteiten ten behoeve van topsporters, kunstenaars en studenten met beroepsactiviteiten werd in 1988 opgericht om aanvragen van studenten-topsporters te onderzoeken voor afwijkingen van het normale cursus- of examenpatroon en om de nodige stappen te ondernemen bij de lesgevers en de examenjury’s om verschuivingen mogelijk te maken. (31) Deze commissie besteedde daarnaast ook aandacht aan de terbeschikkingstelling van de juiste sport-accommodatie en de nodige sportmedische, sportfysiologische en sportpsychologische en sociale begeleiding. De commissie reikte tot slot vanaf 1990 ook een sportstudietrofee uit om de meest verdienstelijke topsporter te bekronen en het sportvriendelijke imago van de Rijksuniversiteit Gent te benadrukken. (32) Deze Prijs werd in 1995 omgevormd tot een officiële Prijs Studie en Topsport van de Universiteit Gent. (33) De Commissie voor Studie- en examenfaciliteiten ten behoeve van topsporters, kunstenaars en studenten met beroepsactiviteiten was ondertussen zelf als gevolg van een wijziging van het examenreglement in 1993 omgevormd tot de Commissie Studie en Topsport in de schoot van de Onderwijsraad. (34) De GUSB werd in 1992 overgeheveld van de Diensten van de Rector naar de Centrale Diensten en kreeg het kenmerk CD25L. (35) De dienst werd in 1994 omgedoopt tot dienst Gents Universitair Sportbeheer (met behoud van de afkorting GUSB), maar de organisatiestructuur bleef voor het overige ongewijzigd. Het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO) werd dan weer in deze periode geïntegreerd in de Faculteit Geneeskunde van de Gentse universiteit. Het Bestuurscollege van de Universiteit Gent keurde in 1997 de nieuwe statuten van de Sportraad, de Sportsenaat Studenten en de Sportsenaat Personeel van de dienst Gents Universitair Sportbeheer goed. De belangrijkste aanpassingen hadden betrekking op de samenstelling van deze adviesorganen. (36) Eind 2000, begin 2001 werd het STeR-project opgestart met het oog op een grondige herschikking van de centrale administratie van de Universiteit Gent. Het streefdoel was een meer performante organisatie met klemtonen op servicegerichtheid, transparantie en responsabilisering (STeR). De vroegere rectorale en centrale diensten werden per 1 oktober 2002 opgeheven en vervangen door een centrale administratie met acht directies. Elke directie wordt op zijn beurt opgedeeld in een beperkt aantal afdelingen met een duidelijk omlijnd takenpakket. De Gentse Universitaire Sportbond werd in het kader van dit STeR-project omgevormd tot de nieuwe afdeling Sportvoorzieningen binnen de directie Studenten-voorzieningen (DSV) met kenmerk CA80. (37) De directie Studentenvoorzieningen werd in mei 2006 ingrijpend gereorganiseerd op basis van de aanbevelingen van een STeR-evaluatiecommissie, maar voor de afdeling Sportvoorzieningen veranderde er niets. (38) De verschillende elkaar opvolgende staatshervormingen hebben er ondertussen toe geleid dat zowel het onderwijs als de sportbeoefening grotendeels gemeenschapsbevoegdheden zijn geworden. De GUSB was in deze context getuige van de geleidelijke evolutie van een Belgische naar een Vlaamse universitaire sport. De opsplitsing van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur op basis van de taalrol leidde in 1969 tot het ontstaan van de Nederlandstalige Bestuur voor de Lichamelijke Opvoeding, de Sport en het Openluchtleven (BLOSO). Dit Bestuur werd in 1982 als de Administratie voor Sport en Openluchtrecreatie in het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap geïntegreerd en vervolgens in 1992 omgevormd tot het autonome Vlaamse Commissariaat-Generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie (BLOSO). De Belgische Universitaire Sportfederatie (BUSF) splitste zich in 1978 op in een Vlaamse en een Franstalige vleugel, de Vlaamse Universitaire Sportfederatie (VUSF) en de Association Sportive de l’Enseignement Universitaire et Supérieur (ASEUS). De BUSF vormde voortaan de nationale koepelstructuur voor de beide regionale organisaties, die enkel nog belast was met de organisatie van de nationale universitaire kampioenschappen en de planning van de deelname aan de sportontmoetingen van de Fédération Internationale du Sport Universitaire (FISU). (39) De VUSF had tot opdracht de Vlaamse universitaire sport te leiden en te organiseren. (40) Geleidelijk aan zou de VUSF haar activiteiten steeds verder uitbouwen en ook de hogescholen bij haar initiatieven betrekken. (41) Dit laatste verklaart waarom de Vlaamse Universitaire Sportfederatie (VUSF) in het kader van het decreet van 13 april 1999 houdende de erkenning en de betoelaging van de Vlaamse sportfederaties werd omgedoopt tot Vlaamse Studentensportfederatie (VSSF). (42) De Vlaamse overheid lanceerde met het decreet van 7 mei 2004 een beleid dat gericht is op de promotie van de onderwijsgebonden sport. Eén van de doelstellingen is dat ook universiteiten en hogescholen hun studenten zoveel mogelijk sportactiviteiten dienen aan te bieden, in de overtuiging dat hoe langer jongeren stimulansen krijgen om te sporten, hoe groter de kans is dat ze levenslag zullen blijven sporten. (43) De Vlaamse overheid zal in dat kader het Vlaamse Centrum voor Onderwijsgebonden Sport (VCOS) oprichten, ter vervanging van de Stichting Vlaamse Schoolsport (SVS) en de Vlaamse Studentensportfederatie (VSSF). Het VCOS zal de nieuwe overkoepelende en coördinerende instantie voor de onderwijsgebonden sport vormen en een vraaggestuurde begeleiding van scholen, hogescholen en universiteiten aanbieden. (44) Een opsomming van de rechtsvoorgangers van de huidige afdeling Algemene Sociale Voorzieningen in een systematische en chronologische volgorde levert het volgende overzicht op: Elienne Langendries, Archivaris UGent, 2012 ----- (1) LANGENDRIES E. en VANDERMEERSCH A. M., 175 jaar Universiteit Gent: een verhaal in beeld, Gent, Universiteit Gent, 1992, p. 166. (2) Koninklijk Besluit van 3 maart 1910 tot inrichting der interuniversitaire sportverenigingen (B.S., 06/03/1910, p. 1323). Later gewijzigd door het Koninklijk besluit van 10 februari 1924 tot wijziging van artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 maart 1910 tot inrichting der interuniversitaire sportverenigingen (B.S., 27/02/1924, p. 943). Zie ook DE BECKER B., Universitair sportbeleid in Vlaanderen, Gent, Universiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1998, pp. 98-101. (3) Verslag van de Raad van Beheer van het Universiteitsvermogen van 21 april 1921 en 28 april 1921 (ARUG, 3D1/1). (4) Jaarverslag van Professor M. De Meestere met betrekking tot de GUSB en de sportbeoefening aan de Rijksuniversiteit Gent, 13 juni 1939 (ARUG, 5W2/1). (5) Statuten van de Gentse Universitaire Sportbond, 26 februari 1934 (ARUG, 5W2/5). De GUSB werd toen opgericht als een feitelijke vereniging, zonder een wettelijke of reglementaire grondslag. Nota van J. Francier voor de Rector in verband met de GUSB, 22 maart 1968 (ARUG, 4A2/6, doos 2, 439). (6) Jaarverslag van Professor M. De Meestere met betrekking tot de GUSB en de sportbeoefening aan de Rijksuniversiteit Gent, 13 juni 1939 (ARUG, 5W2/1). (7) Verslag over den toestand der Universiteit gedurende het academisch jaar 1937-1938, Gent Rijksuniversiteit Gent, 1938, p. 62. Zie ook: Statuten van de Gentse Universitaire Sportbond, s.d. (ARUG, 5W2/5). (8) Brief van de Minister van Onderwijs aan de Rector, 9 februari 1934 (ARUG, 4A2/4, doos 244, 323). (9) Koninklijk Besluit van 15 mei 1934 betreffende de Rijksuniversiteiten. Inschrijving op de rol. Storting (B.S., 30/05/1934, p. 3056). Later gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 4 september 1939 tot wijziging van het Koninklijk Besluit dat de studenten de verplichting oplegt een bijdrage te storten ter bevordering van de sportbeoefening (B.S., 29/09/1939, p. 6689). Het bedrag werd later verhoogd met het Regentsbesluit van 1 oktober 1945 betreffende de verhoging der inschrijving op de rol (B.S., 22/03/1946, p. 2599). (10) Brief van de Directeur-generaal van de Algemene Directie Jeugd en Sport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid aan de voorzitter van de Gentse Universitaire Sportbond, 18 januari 1939 (ARUG, 5W2/1). (11) Wet van 19 maart 1954 houdende instelling van een Nationaal Studiefonds (B.S., 25/04/1954, p. 3348). (12) Wet van 8 juni 1964 waarbij de gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens worden gewijzigd, wat betreft de voorwaarden voor toelating tot de examens voor het behalen van de academische graden (B.S., 02/07/1964, p. 7373). (13) Statuten van de Fédération Sportive Universitaire Belge (Bijl. B.S., 30/08/1947, akte. nr. 1942). (14) Wet van 15 maart 1956 houdende oprichting van een Nationaal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding en de Sport en tot regeling van het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten (B.S., 30/03/1956, p. 2110). (15) Statuten van de Gentse Universitaire Sportbond, s.d. (ARUG, 5W2/5). Zie ook DE BECKER B., Universitair sportbeleid in Vlaanderen, Gent, Universiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1998, pp. 101-102. (16) Koninklijk Besluit van 22 februari 1967 tot vaststelling van het bedrag der kosten van inschrijving op de rol, der kosten van inschrijving voor cursussen, van het bedrag der retributies voor de lessen in de praktische werkzaamheden en bewerkingen en voor de toepassingsoefeningen, alsmede van het bedrag van de kosten van inschrijving voor de examens in de Rijksuniversiteiten en de Rijksuniversitaire Centra, in de Rijksfaculteiten der landbouwwetenschappen te Gent en te Gembloux en in de Rijksfaculteit voor veeartsenijkunde te Brussel (Kuregem) (B.S., 27/01/1968, p. 797). (17) Koninklijk Besluit van 14 april 1958 houdende vaststelling van de criteria tot toekenning, door het Nationaal Instituut voor de Lichamelijke Opvoeding en de Sport, van toelagen voor de werkzaamheden van verenigingen en groeperingen die de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding en de sportbeoefening tot doel hebben (B.S., 31/05/1958, p. 4483). (18) Wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten (B.S., 25/12/1963, p. 12520). (19) Verslag over de toestand van de universiteit gedurende het academiejaar 1978-1979, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1980, p. 31. (20) Jaarverslag van de Gentse Universitaire Sportbond voor het academiejaar 1969-1970, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1970, p. 7. (21) Verslag over de werking en de activiteiten van de Studentensport in het kader van de G.U.S.B. gedurende het academisch jaar 1973-74, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1974, pp. 1-4. Voor meer informatie, zie ook LANGENDRIES E. en VANDERMEERSCH A. M., 175 jaar Universiteit Gent: een verhaal in beeld, Gent, Universiteit Gent, 1992, p. 228-229 en pp. 277-280. (22) Jaarverslag over de werking en de activiteiten van de Gentse Universitaire Sportbond voor het academiejaar 1975-1976, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1976, p. 3. (23) Jaarverslag van de Gentse Universitaire Sportbond voor het academiejaar 1969-1970, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1970, p. 3 en p. 5. (24) DE WINTER S., Het archief uit de centrale administratie van de Universiteit Gent en de overdracht ervan naar de archiefdienst, Brussel, Vrije Universiteit Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Gespecialiseerde Studies Archivistiek en Hedendaags Documentbeheer), 1996, p. 25. (25) Jaarverslag van de Gentse Universitaire Sportbond 1971, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1972, p. 2. (26) Verslag over de werking en de activiteiten van de G.U.S.B. gedurende het academisch jaar 1972-1973, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1973, p. 3. (27) Notulen van de Raad van Beheer van de Rijksuniversiteit Gent van 17 mei 1974 (ARUG, 3E1/1). (28) Verslag over de werking en de activiteiten van de G.U.S.B. gedurende het academisch jaar 1976-77, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1977, p. 11. (29) Verslag over de toestand van de universiteit gedurende het academiejaar 1978-1979, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1980, p. 31. (30) Website www.UGent.be/nl/onderwstud/studstat/evolutietotaalstudenten.pdf, 24/01/2005. (31) Notulen van de Raad van Beheer van de Rijksuniversiteit Gent van 23 september 1988 (ARUG, 3D/1/1). (32) Notulen van de Commissie voor Studie- en examenfaciliteiten ten behoeve van topsporters, kunstenaars en studenten met beroepsactiviteiten en de Commissie Studies en de Commissie Studie en Topsport (ARUG, 4A2/6). (33) Notulen van het Bestuurscollege van de Rijksuniversiteit Gent van 22 september 1995 (ARUG, (34) Notulen van de Raad van bestuur van de Rijksuniversiteit Gent van 8 september 1993 (ARUG, 3E1/1). (35) Administratieve inlichtingen academiejaar 1992-1993, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1993, p. 15. (36) Notulen van het Bestuurscollege van de Universiteit Gent, 7 november 1997 (ARUG, 3F1). (37) Jaarverslag 2004 van de Universiteit Gent. Deel 1, Gent, Universiteit Gent, 2005, pp. 8-11. (38) Website www.UGent.be/nl/univgent/bestuur/files/sterevaluatie2006.htm, 01/05/2006). (39) Deze opsplitsing dienden doorgevoerd te worden om de overheidssubsidies te behouden, die in 1977 herzien werden met het decreet van 2 maart 1977 houdende erkenning en subsidiëring van landelijk georganiseerde sportverenigingen (B.S., 10/05/1977, p. 6347). Zie ook DE BECKER B., Universitair sportbeleid in Vlaanderen, Gent, Universiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1998, p.102. (40) Statuten van de Vlaamse Universitaire Sportfederatie (Bijl. B.S., 23/03/1978). (41) DE BECKER B., Universitair sportbeleid in Vlaanderen, Gent, Universiteit Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1998, p. 118-121. (42) Decreet van 13 april 1999 houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties (B.S., 29/06/1999, p. 24288). (43) “Meer sport aan de unief”, in: Het Nieuwsblad, 15 maart 2004, p. 1. (44) Decreet van 5 mei 2004 betreffende de onderwijsgebonden sport (B.S., 20/09/2004, p. 68132). |
| Afdelingshoofd: | Bonnarens, Jan |
| Simon Plasschaert (2026) | |
| Voorzitter Sportsenaat: | Germis, Jeroom (1933-1934) |
| Trenteseau, Jules (1935-1936) | |
| Luyten, Maurits (1936-1937) | |
| Van Overloop, Raymond (1937-1938) | |
| Van De Veegaete, Herman (1948-1949) | |
| Vanden Abeele, J. (1955-1958) | |
| Barra, J.P. (1958-1959) | |
| Baeyens, Luc (1959-1964) | |
| De Baere, Gerard (1964-1965) | |
| Carton, Herwig (1965-1968) | |
| Evers, Freddy (1968-1971) | |
| Depoorter, M. (1971-1972) | |
| Van Hecke, Carlos (1972-1973) | |
| Verspeelt, Peter (1973-1975) | |
| De Meulemeester, Eric (1975-1977) | |
| Maryns, Frank (1977-1978) | |
| Dhaese, Marc (1978-1979) | |
| Stubbe, Michel (1979-1981) | |
| Present, Luc (1981-1983) | |
| Lucq, Guy (1983-1985) | |
| Van Der Elst, Guy (1985-1986) | |
| Crucke, Geert (1986-1988) | |
| De Moerloose, Peter (1988-1989) | |
| Scheipers, Ben (1989-1991) | |
| Rombaut, Jan (1991-1994) | |
| Van Den Broecke, Paul (1994-1995) | |
| De Becker, Bart (1995-1998) | |
| Tant, Stein (1998-1999) | |
| Structuur: | Maakt sinds 2002 deel uit van de Centrale Administratie, als afdeling binnen Directie Studentenvoorzieningen. |
| Actoren: | secretaris van: Werkgroep Topsport en Studies onderdeel van: Directie Studentenvoorzieningen (2002-) |
| Archieven: | Archief Afdeling Sportvoorzieningen Administratieve dossiers van GUSB-medewerker |
| Websites en socials: | Afdeling Sportvoorzieningen, geraadpleegd op 30/09/2022. |
| Bronnen: | Archief Universiteit Gent, Notulen van de Raad van Beheer / Beheerscommissie. Archief Universiteit Gent, Notulen van de Raad van Beheer / Raad van Bestuur. Archief Universiteit Gent, Notulen van het Vast Bureau / Bestuurscollege. Archief Universiteit Gent, Ingekomen en uitgaande briefwisseling, ARUG_4A2/4. Archief Universiteit Gent, Ingekomen en uitgaande briefwisseling, ARUG_4A2/6. Archief Universiteit Gent, Jaarverslagen van de GUSB, ARUG_5W2/0. Archief Universiteit Gent, Inkomende briefwisseling, knipsels, documentatie, verslagen van de GUSB, ARUG_5W2/1. Archief Universiteit Gent, Statuten van de GUSB, ARUG_5W2/5. Archief Universiteit Gent, Centen voor studenten, Studentenvoorzieningen, 2006. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag 1977 van de Sociale Dienst voor Studenten van de Rijksuniversiteit Gent, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1978. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag van de dienst Studentenrestaurants en Homes R.U.G. 1969, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1970. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag van de dienst Studentenrestaurants en Homes R.U.G. 1971, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1972. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag van de dienst Studentenrestaurants en Homes en van het kinderdagverblijf R.U.G. 1974, Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1975. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag van de Gentse Universitaire Sportbond voor het academiejaar 1969-1970, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1970. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag van de Gentse Universitaire Sportbond 1971, Gent, Gentse Universitaire Sportbond, 1972. Archief Universiteit Gent, Jaarverslag van de Sociale Sector 1991. Restaurants – Homes – Kinderdagverblijf - Algemene Diensten, Gent, Universiteit Gent, 1992. "Boudewijn krijgt nieuwe afdeling." Gent Universiteit, Jaargang 2, nr. 8, april 1988, p. 16. "Breuklijn in de massa." Gent Universiteit, Jaargang 1, nr. 5, januari 1987, p. 17-18. De Baets, Antoon en Koen Vangrinsven. Democratisering Van En Participatie Aan Het Universitair Onderwijs In Vlaanderen 1945-1989. Casus Rijksuniversiteit Gent. Gent, RUG Adviescentrum voor studenten, 1990. De Becker, Bartholomeus, et al. Universitair sportbeleid in Vlaanderen. Onuitgegeven masterproef, Universiteit Gent, 1998. "De Sint-Hubertusresto." Gent Universiteit, Jaargang 13, nr. 117, januari-februari 1999, p. 17. “De kotendienst." Gents Studentenleven, Jaargang 9, nr. 5, 28 april 1954, p. 2-3. Derwael, Joachim en Chantal Vancoppenolle. Beleidsdomein Onderwijs, Archiefbeheersplan. Afdeling Clb, Nascholing, Leerlingenvervoer En Bijhorende Raden En Commissies. Brussel, Algemeen rijksarchief, 2004. De Winter, Sofie. Het archief uit de centrale administratie van de Universiteit Gent en de overdracht ervan naar de archiefdienst. Onuitgegeven masterproef, Vrije Universiteit Brussel, 1996, p. 34. Heene, Lieve. De organisatiestructuur van de Rijksuniversiteit Gent, een professionele bureaucratie? Onuitgegeven masterproef, Universiteit Gent, 1992. “Heisa rond Pand geluwd." Gent Universiteit, Jaargang 1, nr. 2, oktober 1986, p. 21. “Het universitair studentenrestaurant werd ingehuldigd." De Brug, Jaargang 4, nr. 6, 1960, p. 312-313. “Ik wou het anders proberen." Gent Universiteit, Jaargang 1, nr. 2, oktober 1986, p. 15. “Kort. De universiteit de afgelopen maanden." Gent Universiteit, Jaargang 10, nr. 89, november 1995, p. 12. “Kort. De universiteit de afgelopen maanden." Gent Universiteit, Jaargang 12, nr. 110, maart-april 1998, p. 13. “Kort. De universiteit de afgelopen maanden." Gent Universiteit, Jaargang 15, nr. 132, oktober 2000, p. 16. “Kort. De universiteit de afgelopen maanden." Gent Universiteit, Jaargang 16, nr. 140, oktober 2001, p. 10. “Kort. De universiteit de afgelopen maanden." Gent Universiteit, Jaargang 20, nr. 172, november 2005, p. 19. Langendries, Elienne en Anne-Marie Simon-Van der Meersch. 175 Jaar Universiteit Gent. Een Verhaal In Beeld. Gent, RUG, 1992. Laporte, Willy. 75 jaar lichamelijke opvoeding aan de RUG. Gent, Archief van de Universiteit Gent, 1984. Luykx, Theo. Gedenkboek van de Rijksuniversiteit Gent na een kwarteeuw vervlaamsing 1930-31 - 1955-56. Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1957. Luykx, Theo. Politieke geschiedenis van België. Amsterdam/Brussel, Elsevier, 1978. Mariën, Jeanne. Sociale voorzieningen voor de studenten aan de RUG. Gent, sd. "Nieuwbouw Coupure." Gent Universiteit, Jaargang 17, nr. 153, april 2003, p. 24-25. "Nieuwe Home aan de Sterre." Gent Universiteit, Jaargang 12, nr. 105, oktober 1997, p. 26-29. Organisatie en werking van de Studentenrestaurants en de Studentenhomes van de R.U.G. Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1971. Simon-Van der Meersch, Anne-Marie. Inventaris Archief R.U.G. 1817-1981. Gent, RUG Archief, 1985. Straks student in Gent. Gent, Universiteit Gent, 1995. "Toen waren ze met zes." Gent Universiteit, Jaargang 3, nr. 22, oktober 1988, p. 21. Van Vaerenbergh, Maurice en F. Rogge. Studentenhuisvesting en sociale voorzieningen aan de Rijksuniversiteit Gent. Gent, Rijksuniversiteit Gent, 1974. |
| Citeren: | Archief Universiteit Gent, Afdeling Sportvoorzieningen, AU0077 |