Biocentrum AgriVet

Biocentrum AgriVet

Type: (interfacultair) centrum
Andere namen: naamsverandering: Proefhoeve Landbouwhogeschool (1920-22/12/1988)
naamsverandering: Proefhoeve Veeartsenijschool (1950-22/12/1988)
naamsverandering: Agri-Vet Research and Development (22/12/1988-6/2/1996)
ook gekend als: Proefhoeve (1978-1982)
ook gekend als: Proefhoeve van de Faculteit van de Landbouwwetenschappen (1978-1992)
Periode: 1920-...
Functies:Als interfacultaire logistieke dienst staat het Biocentrum AgriVet ten dienste van het onderwijs, het onderzoek en de dienstverlening van de Gentse universiteit.
- Onderwijs: stagebegeleiding, scriptiebegeleiding, practica ondersteuning
- Onderzoek: huisvesten en verzorgen van (proef)dieren, uitvoeren wetenschappelijk onderzoek (plant en dier, fundamenteel fysiologisch onderzoek, voederproeven, en ander praktijkonderzoek). Zowel onderzoekers binnen UGent als derden kunnen beroep doen op de onderzoeksfaciliteiten van Biocentrum AgriVet
- Dienstverlening: landbouwgerelateerde dienstverlening die zich op productieniveau situeert. Het Biocentrum beschikt over een robot-melkveebedrijf met 55 lacterende koeien en bijhorend jongvee, standplaatsen voor proefdieren in het kader van rund- en melkvee onderzoek, een zeugenbedrijf met 120 zeugen, bijhorende biggen en beperkt aantal vleesvarkens, 70 ha akkers en weiden voor veldproeven en ruwvoederwinning, standplaatsen voor geiten, schapen,...
Geschiedenis: Biocentrum AgriVet ontstond in 1996 als de opvolger van de vzw Agri-Vet Research and Development. Deze vzw was in 1988 opgericht als gemeenschappelijke beheersstructuur van de Proefhoeve van de Faculteit van de Landbouwwetenschappen en de Proefhoeve van de Faculteit van de Diergeneeskunde.

De Proefhoeve van de faculteit Landbouwwetenschappen dankt zijn ontstaan aan de oprichting van de ‘Landbouwhoogeschool van den Staat’ te Gent in 1920. Omdat het landbouwonderwijs niet louter theoretisch mocht verlopen, werd in Melle een 60 ha grote hoeve aangekocht en ter beschikking gesteld van het landbouwonderwijs. De Proefhoeve had een didactische en een experimentele opdracht: zij moest de studenten landbouw toelaten de nodige landbouwpraktijk te verwerven en bijdragen tot het agrarisch onderzoek. Enkele terreinen (ca 7 ha) werden als proefvelden voor landbouwkundig onderzoek gebruikt. De overige gronden werden geëxploiteerd als een zelfstandig gemengd landbouwbedrijf. De Proefhoeve werd geleid door een directeur (de professor in de landbouweconomie), bijgestaan door een technische beheerraad, later de commissie van toezicht genoemd. De directeur legde jaarlijks een verslag voor over de financiële toestand, de wetenschappelijke activiteiten en de exploitatietoestand van de Proefhoeve.

De Proefhoeve van de faculteit Diergeneeskunde werd in 1950 door het eigen vermogen van de Gentse universiteit aangekocht met gelden van het Marshallplan. Aan de Heidestraat te Merelbeke werd het ‘Kasteelhof’ en 20 ha grond ter beschikking gesteld van de toenmalige Veeartsenijschool als ‘proefcentrum voor veeteelt en veterinaire opzoekingen’. Het doel van dit proefcentrum was tweeledig: onderwijs en experimenten inzake 1. dierenziekten (vooral dan infectieziekten, parasitaire ziekten en uitbatingsziekten) en 2. het verhogen en verbeteren van de dierenproductie via dierlijke selectie en onderzoek naar doelmatige en betere dierenvoeding.
De beheerstructuur bestond uit een directeur, bijgestaan door een wetenschappelijke commissie en een administratieve commissie. Deze laatste werd in 1970 de ‘commissie van toezicht ‘genoemd. De directeur legde jaarlijks een verslag voor over de financiële toestand, de wetenschappelijke activiteiten en de exploitatietoestand van het Proefcentrum. Op de Proefhoeve werden hoofdzakelijk experimenten uitgevoerd door het Laboratorium voor Zoötechnie en Veevoeding en de Leerstoel voor Dierlijke Genetica en Veeteelt, met financiële steun van het Instituut tot Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw.

In de jaren 1980 kregen zowel de Proefhoeve van de faculteit Landbouwwetenschappen als die van de faculteit Diergeneeskunde af te rekenen met financiële problemen: negatieve exploitatiecijfers, hoge personeelskosten en het verminderen van kredieten. Een tijdlang dreigde de sluiting van de beide proefhoeves. Uiteindelijk werd besloten tot een fusie. Op 22 december 1988 werd de vzw Agri-Vet Research and Development opgericht, die in opdracht van de universiteit het beheer van de beide hoeves op zich zou nemen.
Er werd een nieuwe beheersstructuur uitgewerkt bestaande uit één beheerder, geruggesteund door een vijf man sterke raad van bestuur en een wetenschappelijke adviescommissie, samengesteld uit professoren van de faculteiten Diergeneeskunde en Landbouwwetenschappen. De doelstellingen van de vzw waren:
1. Het bevorderen van het universitair wetenschappelijk onderzoek, ondersteuning en uitbouw van de samenwerking Agro-industrie –universiteit
2. Het uittesten van wetenschappelijke bevindingen, van nieuwe technieken en/of producten, ontwikkeling van een communicatiekanaal tussen academisch gebeuren en landbouwkundige en/of diergeneeskundige praktijk
3. Bijdragen tot de praktijkopleiding en -scholing van de studenten diergeneeskunde en landbouwwetenschappen
4. Het aanwenden van de moderne (informatie)technologie voor de uitbouw van een toekomstgericht landbouwbedrijf.
Het was de bedoeling de onderzoeks- en onderwijsopdrachten in coherentie te brengen met een rationele en bedrijfseconomische uitbating, zodat de vzw self supporting kon worden. De gronden en dieren werden (mits goedgekeurde aanvraag en tegen betaling) ter beschikking gesteld van elke universitaire onderzoeksgroep, met prioriteit voor de faculteiten Landbouwwetenschappen en Diergeneeskunde.

Enkele jaren later werd besloten om de activiteiten van de vzw Agri-Vet opnieuw te integreren binnen de universiteit zelf. Op voorstel van de decanen van de Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen en de Faculteit Diergeneeskunde ging de Raad van Bestuur van de UGent op 9 februari 1996 over tot de oprichting van een centrale dienst ‘Biocentrum AgriVet’. Voor het beheer werden een stuurgroep en een bureau opgericht met vertegenwoordigers van de centrale administratie en van de faculteiten Landbouw, Diergeneeskunde, Farmacie, Wetenschappen en Geneeskunde. Als centrale dienst werd Biocentrum AgriVet voor 30% gefinancierd door de faculteit Landbouwwetenschappen en voor 70 % door de algemene diensten.

In het kader van de SteR- hervorming (2002) werd het Biocentrum niet ondergebracht in een directie, maar opnieuw naar de faculteiten Diergeneeskunde en Landbouwwetenschappen overgeheveld. Het Biocentrum AgriVet kreeg het statuut van interfacultaire logistieke dienst. Het beleid werd voortaan bepaald door een stuurgroep bestaande uit de directeur, de decanen en afgevaardigden van de twee faculteiten. De centrale kredieten en de personeelsleden werden overgeheveld naar de faculteit waaraan de directeur was verbonden. Dit betekende dat AgriVet eerst werd gehecht aan de faculteit van de Bio-ingenieurswetenschappen (2002-2006) en nadien aan de faculteit Diergeneeskunde.
Directeur: Willems, René
Baptist, Albertus
Vanschoubroek, Frans (1972-1973)
Verkinderen, Albert (1981-1984)
Pauwels, Frans (1985-1988)
Viane, Jacques (1996)
Christiaens, Jaak (2002-2006)
de Kruif, Aart (2009-2010)
Structuur:De proefhoeven ontstonden als ‘diensten’ binnen respectievelijke de faculteit Landbouwwetenschappen en de faculteit Diergeneeskunde. In 1988 fusioneerden de beide proefhoeven tot de vzw Agri-Vet Research and Development. In 1996 werd de vzw opgedoekt en werd de centrale dienst ’ Biocentrum AgriVet ‘opgericht (CD14). In 2002 werd de centrale dienst omgevormd tot interfacultaire logistieke dienst (IF61).
Actoren:onderdeel van: Faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen (1920-)
onderdeel van: Faculteit Diergeneeskunde (1950-)
heeft link met: Seminarie voor Landbouweconomie
Archieven:Archief Biocentrum AgriVet
Websites en socials:Biocentrum Agri-vet, geraadpleegd op 30/09/2022.
Bronnen: Archief Universiteit Gent, Archief Beheerders van de Universiteit, Statuut van de proefhoeven 1953-1978, ARUG_0296_004.
Archief Universiteit Gent, Notulen Raad van Beheer, 28/01/1959, agendapunt 6, p. 38-40, ARUG_3E1_1.
Archief Universiteit Gent, Notulen Bestuurscollege, 09/02/1996, p. 63-64, ARUG_3F1_1.
Archief Universiteit Gent, Notulen Bestuurscollege, 08/03/2002, p. 209-210, ARUG_3F1_1.
Archief Universiteit Gent, Beleidsdossiers Academische Aangelegenheden. 1940-2000, Dossier Proefhoeve veeartsenijschool, 1945-1953, 1970-1972, ARUG_4A2_6_3320.
Archief Universiteit Gent, Archief Biocentrum Agrivet. 1996-1998, AR0134.
De Clerck, Karel. "50 jaar Nederlandstalig diergeneeskundig onderwijs aan de RUG." Uit het verleden van de RUG, nr. 15, 1994.
Vandamme, E. Universiteit Gent. Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen. Jubileumboek 1920-1995. Gent, Snoeck-Ducaju, 1995, p. 68-70.
Verdegem, Luc. De coördinatie van de interne en externe universitaire dienstverlening via responsablilty centers, een structurele verandering als basis voor een bedrijfseconomische sanering- een case study. Onuitgegeven masterproef, Vlerick School voor Management, 1990.
Citeren: Archief Universiteit Gent, Biocentrum AgriVet, AU0124