Hoger Instituut voor Oosterse-, Oost-Europese en Afrikaanse Taalkunde en Geschiedenis

Hoger Instituut voor Oosterse-, Oost-Europese en Afrikaanse Taalkunde en Geschiedenis

Type: instituut
Andere namen: afkorting: HIOOATG
naamsverandering: Instituut voor Oosterse, Oosteuropese en Afrikaanse Taalkunde en Geschiedenis (1957-1959)
Periode: 1957-1971
Functies:Het instituut verleent de wetenschappelijke graden en de wetenschappelijke diploma’s van kandidaat, van licentiaat, van doctor en van speciale doctor:
• In de Oosterse taalkunde en geschiedenis (afdelingen Voor-Azië en Egypte, Centraal- en Zuid-Azië, Oost-Azië)
• In de Oosteuropese taalkunde en geschiedenis
• In de Afrikaanse taalkunde en geschiedenis
Dit blijft ongewijzigd tot het instituut wordt opgenomen in de faculteit in 1971.
Geschiedenis: Hoewel er eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw aan de Gentse universiteit een aantal bekende oriëntalisten werkzaam waren (Franz Cumont, Joseph Bidez en Louis de la Vallée- Poussin), kwam toen nooit een speciale school voor Oosterse filologie tot stand. Cursussen als Sanskriet, Hindi, Tochaars, Hettietisch, Perzisch, Oud-Egyptisch, en ook Bantoe- en Soedantalen worden weliswaar op het universitaire leerprogramma geplaatst, maar dat leidt nooit tot een geordend systeem. Het vertrek of emeritaat van de titularis betekent vaak het einde van het onderwijs. Dit was onder meer het geval voor talen als Chinees, Arabisch of Russisch.
Anderzijds wekt de oprichting van het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis een groeiende belangstelling voor Oosterse en Afrikaanse kunst- en cultuurgeschiedenis. In de faculteit Letteren en Wijsbegeerte groeit dan ook de wens om zelfstandig onderwijs in deze studiegebieden aan te bieden.

Bij Koninklijk Besluit van 12 december 1957 wordt aan de Gentse universiteit het ‘Instituut voor Oosterse, Oosteuropese en Afrikaanse Taalkunde en Geschiedenis’ opgericht bij de faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte. Bij de oprichting omvat het instituut vijf afdelingen:
1. de afdeling Voor-Azië en Egypte
2. de afdeling Centraal- en Zuid-Azië
3. de afdeling Oost-Azië
4. de afdeling Oost-Europa
5. de afdeling Afrika.
Het instituut levert de wetenschappelijke graden van kandidaat, licentiaat, doctor en speciaal doctor af in:
1. de Oosterse taalkunde en geschiedenis (afdelingen Voor-Azië en Egypte, Centraal- en Zuid-Azië, Oost-Azië)
2. de Oosteuropese taalkunde en geschiedenis
3. de Afrikaanse taalkunde en geschiedenis.

Enkele jaren na de oprichting blijkt dat het statuut van het Hoger instituut als afzonderlijk instituut gehecht aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte meer nadelen dan voordelen oplevert. Voorstellen tot programmawijzigingen verlopen te traag, het HIOOATG heeft geen vertegenwoordiging in de Raad van Beheer zodat belangrijke beslissingen moeilijk kunnen worden doorgeduwd en vaak strijdig zijn met de belangen van het instituut. Op 24 april 1970 besluit de raad van het HIOOATG dan ook de opname van het Instituut in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte aan te vragen. Bij KB van 24 februari 1971 wordt het Instituut opgenomen in de faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte, met ingang van 1 oktober 1971.
Voorzitter: Scharpé, Adriaan (1958-1960)
Vanden Berghe, Louis (1960-1963)
Couvreur, Walter (1963-1971)
De Maeyer, Marcel (1970-1971)
Structuur:Het Instituut omvat bij aanvang vijf afdelingen:
1. de afdeling Voor-Azië en Egypte
2. de afdeling Centraal- en Zuid-Azië
3. de afdeling Oost-Azië
4. de afdeling Oost-Europa
5. de afdeling Afrika
In 1970/1971 worden volgende seminaries onderscheiden, verspreid over drie afdelingen (de afdeling van het Oosten, de afdeling Oost-Europa en de afdeling Afrika)
• Seminarie voor de Geschiedenis van het Oude Nabije Oosten
• Seminarie voor Spijkerschriftfilologie
• Seminarie voor Egyptische Filologie
• Seminarie voor Semitische Taalkunde
• Seminarie voor Russische Taal- en Letterkunde
• Seminarie voor Islamkunde en Modern Arabisch
• Seminaries voor Indologie en Algemene Geschiedenis van Azië
• Seminarie voor Sinologie en Japanologie
• Seminarie voor Negro-Afrikaanse Taal- en Letterkunde
• Seminarie voor Afrikaanse Geschiedenis en Etnologie
• Seminarie voor Byzantinistiek
• Seminarie voor Slavistiek
• Seminarie voor Roemeense Taal- en Letterkunde
• Seminarie voor Cultuurgeschiedenis van Oost-Azië
Daarnaast doet het Instituut een beroep op verschillende seminaries binnen de faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte en het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.
Actoren:opgenomen in: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte (1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Hedendaagse Oost-Europese Geschiedenis (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Islamkunde en Modern Arabisch (1960-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Spijkerschrift Filologie (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Semitische Taalkunde (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Japanse Taal en Cultuur (1960-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Chinese Taal en Cultuur (1970-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Roemeense Taal- en Letterkunde (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Egyptische Filologie (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Slavistiek (1960-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Byzantinistiek (1960-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Russische Taal en Letterkunde (1967-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Afrikaanse Cultuurgeschiedenis (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Negroafrikaanse Taal en Letterkunde (1963-1971)
heeft als onderdeel: Seminarie voor Koloniale Geschiedenis (1963-1971)
Archieven:Archief Hoger Instituut voor Oosterse-, Oost-Europese en Afrikaanse Taalkunde en Geschiedenis
Bronnen: Archief Universiteit Gent, Opname van het HIOOATG in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. 1970-1971, 24/13.032-150, ARUG_AP066.
Archief Universiteit Gent, Register raadsvergaderingen, 1958-1971, ARUG_4A2_6, 150_10, ARUG_2012_005_002.
"Plechtige opening van het Hoger Instituut voor Oosterse, Oosteuropese en Afrikaanse Taalkunde en geschiedenis op 30 mei 1958." De BRUG, extra nummer, juli 1958.
Citeren: Archief Universiteit Gent, Hoger Instituut voor Oosterse-, Oost-Europese en Afrikaanse Taalkunde en Geschiedenis, AU0167