| Type: | labo |
| Andere namen: | naamsverandering: Leerstoel Landelijk Genie naamsverandering: Leerstoel voor Boerderijbouwkunde, afdeling Landelijke Gebouwen naamsverandering: Leerstoel voor Boerderijbouwkunde (1966-1986) naamsverandering: Centrum voor Landbouwbedrijven (1/10/1969) naamsverandering: Centrum voor Boerderijbouwkunde (8/12/1969) naamsverandering: Onderzoekscentrum voor Boerderijbouwkunde (21/1/1970-1992) |
| Periode: | ca 1930-1992 |
| Functies: | De afdeling behandelt fundamentele aspecten van de constructies in de landbouw met het oog op de planning en uitvoering van moderne economisch rendabele bedrijfsgebouwen. Komen daarbij in aanmerking: technologie van materialen, weerstand van materialen, gewapend beton, de binnenuitrusting in het bijzonder de klimaatregeling isolatie, ventilatie- en regeltechnieken, bodem-en vloerverwarming, verlichtingstechniken |
| Geschiedenis: | In 1922 wordt Aloïs Van Loy aan de Rijkslandbouwhogeschool benoemd tot docent ‘motorenleer en hare toepassing op landbouwgebied’. In de volgende jaren wordt zijn leeropdracht uitgebreid met o.m. de leergang ‘motorenleer’ (1924), landbouwmachineleer (1930), meetkundig en nijverheidstekenen, toegepaste mechanica en elektrotechniek. In november 1930 volgt zijn aanstelling tot gewoon hoogleraar ’landelijk genie’ soms ook ‘landbouwgenie’ genoemd, met een leeropdracht die hoofdzakelijk gericht was landbouwmechanica. Het Koninklijk besluit van 21 oktober 1934 hervormt echter grondig het hoger landbouwonderwijs. Er wordt een vijfde jaar ingevoerd met onder meer een specialisatie boerderijbouwkundig ingenieur. De uitvoering van de programmahervorming vereist nieuwe aanstellingen. In 1938 wordt Karel Petit, sinds 1935 assistent bij de leerstoel boerderijbouw, aangesteld tot docent. Zijn leeropdracht bestaat uit een aantal vakken die hij overneemt van Aloïs Van Loy (meetkundig tekenen, nijverheidstekenen, toegepaste mechanica en elektrotechniek), van Arthur Cornelis (topografie, wegen en spoorwegen) en van docent Poppe (landbouwconstructies). In de loop der jaren wordt de leeropdracht van Karel Petit, hoogleraar (1943) en gewoon hoogleraar (1944), nog uitgebreid met vakken als studie der materialen en nijverheidsconstructies, weerstand van materialen, studie en technologie van materialen, studie van materialen en bosbouwconstructies, tuinbouw en nijverheidsconstructies enz. Naast zijn leeropdracht legt Karel Petit zich in de beginperiode van zijn carrière toe op de studie van de normen van landelijke bedrijfsgebouwen, de ruimtelijke ordening van het platteland, de elektrische uitrusting van boerderijen, het onderzoek van verwarmingstoestellen enz. Vanaf 1939 is ook Louis Gaston Van Loy verbonden aan de leerstoel (men gebruikt zowel de benaming landelijk genie als boerderijbouwkunde) als assistent (1939), docent (1941) en hoogleraar (1947). Ook hij neemt een deel van de leeropdracht van zijn oom Aloïs Van Loy over. Wanneer Aloïs Van Loy in 1948 met emeritaat gaat, beschikt de leerstoel dus over twee hoogleraren: Karel Petit en Louis Gaston Van Loy, die hun onderwijs en onderzoek elk een eigen richting uitsturen. Tot 1966 bestaat er één leerstoel boerderijbouwkunde met twee afdelingen: 1: de afdeling landelijke gebouwen, later gewijzigd tot boerderijbouw met als titularis Karel Petit, en 2: de afdeling landbouwmechanica met als titularis Louis Gaston Van Loy, na zijn dood in 1954 opgevolgd door Jan Moerman en Julien Van Lancker. Pas met ingang van 1 oktober 1966 worden binnen de Rijksfaculteit van de landbouwwetenschappen afzonderlijke leerstoelen voor boerderijbouw en voor landbouwwerktuigkunde ingericht. Als titularis van de leerstoel boerderijbouw is Karel Petit op dat ogenblik belast met het doceren van tien cursussen: boerderijbouwconstructies, de boerderijbouwkunde, de weerstand van materialen, de elektriciteit, de studie en technologie van materialen, de studie der materialen van nijverheidsconstructies, de studie der materialen en de nijverheidsconstructies der tropische streken, de tuinbouwconstructies, de begrippen van wegen en spoorwegenbouw, nijverheidstekenen. Onder de leiding van Karel Petit concentreerde de leerstoel voor boerderijbouw zich vooral op de boerderijbouw en de toepassingen van de elektrische energie in de landbouw. Hij is betrokken bij het ontwerpen en bouwen van de eerste loopstallen voor melk -en mestvee in België en het ontwerpen van nieuwe boerderijtypen. Er wordt ook onderzoek verricht naar klimaatregeling van stallen, thermische eigenschappen van bouwmaterialen, ventilatie- en regeltechniek. Bij de overgang van de Rijksfaculteit van de Landbouwwetenschappen naar de Rijksuniversiteit Gent (01 oktober 1969) krijgen de vroegere diensten van de Rijksfaculteit een nieuwe naam. Karel Peitit is als titularis van de leerstoel voor boerderijbouwkunde sinds 1971 ook directeur-diensthoofd van het Onderzoekscentrum voor Boerderijbouwkunde. Na zijn emeritaat (1979) wordt Karel Petit als directeur-diensthoofd opgevolgd door Marcel Debruyckere. Bij de rationalisatie van de facultaire diensten en de oprichting van de vakgroepen in 1992, worden het Onderzoekscentrum voor Boerderijbouwkunde en het Laboratorium voor Landbouwwerktuigkunde ondergebracht in de nieuwe vakgroep Landbouwtechniek (sinds 2008 de vakgroep Biosysteemtechniek). Marcel Debruyckere wordt de nieuwe vakgroepvoorzitter. Hij wordt in 1995 opgevolgd door Reinhart Verschoore. |
| Bestuurder: | Petit, Karel (1954) |
| Directeur-diensthoofd: | Petit, Karel (1969-1979) |
| Debruyckere, Marcel (1982-1992) | |
| Hoogleraar: | Van Loy, Aloïs (1922-1948) |
| Petit, Karel (1944-1979) | |
| Van Loy, Louis (1948-1954) | |
| Vakgroepvoorzitter: | Debruyckere, Marcel (1982-1995) |
| Verschoore, Reinhart (1995) | |
| Actoren: | onderdeel van: Faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen (1970-1992) onderdeel van: Vakgroep Biosysteemtechniek (1992-) |
| Archieven: | Archief Vakgroep Biosysteemtechniek |
| Bronnen: | Universiteitsarchief Gent. Archief faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen, ARUG_6K1_1_001-ARUG_6K1_1_004. Rijkslandbouwhogeschool Gent. 25 jarig Jubileum en inhuldiging van de nieuwe lokalen van het instituut. Maldegem, Standaert-Van Steene, sd. Dejonckheere, W. Liber Memorialis 1920-1995. Gent, RUG Faculteit landbouwkundige en toegepaste biologische wetenschappen, 1995. Universiteit Gent. Administratieve gids 1970-1971. Gent, 1970. Universiteit Gent. Administratieve gids 1975-1976. Gent, 1975. Universiteit Gent. Administratieve gids 1980-1981. Gent, 1980. Universiteit Gent. Administratieve gids 1985-1986. Gent, 1985. Universiteit Gent. Administratieve gids 1986-1987. Gent, 1986. Universiteit Gent. Administratieve gids 1987-1988. Gent, 1987. Universiteit Gent. Administratieve gids 1988-1989. Gent, 1988. Universiteit Gent. Administratieve gids 1989-1990. Gent, 1989. Universiteit Gent. Administratieve gids 1990-1991. Gent, 1990. Universiteit Gent. Administratieve gids 1991-1992. Gent, 1991. Universiteit Gent. Administratieve inlichtingen 1992/1993 Gent, 1992. |
| Citeren: | Archief Universiteit Gent, Onderzoekscentrum voor Boerderijbouwkunde, AU5029 |