| Type: | labo |
| Andere namen: | ook gekend als: leerstoel landelijk genie, afdeling landbouwmechanica ook gekend als: leerstoel voor landbouwwerktuigkunde (1966-1969) |
| Periode: | ca 1930-... |
| Functies: | Deze afdeling is belast met het onderwijs in de vakken van de toegepaste mechanica die rechtstreeks met de landbouw in verband staan zoals land-en tuinbouwmachines, motorenleer, motorcultuur en vervoermiddelen |
| Geschiedenis: | In 1922 wordt Aloïs Van Loy aan de Rijkslandbouwhogeschool benoemd tot docent ‘motorenleer en hare toepassing op landbouwgebied’. In de volgende jaren wordt zijn leeropdracht uitgebreid met o.m. de leergang ‘motorenleer’ (1924), landbouwmachineleer (1930), meetkundig en nijverheidstekenen, toegepaste mechanica en elektrotechniek. In november 1930 volgt zijn aanstelling tot gewoon hoogleraar ’landelijk genie’ soms ook ‘landbouwgenie’ genoemd, met een leeropdracht die hoofdzakelijk gericht is op landbouwmechanica. sinds 1935 beschikt Aloïs Van Loy over een assistent, Karel Petit, die in 1938 aangesteld wordt tot docent en daarbij een deel van Van Loy’s leeropdracht overneemt (meetkundig en nijverheidstekenen, toegepaste mechanica en elektrotechniek). In 1939 wordt ook Louis Gaston Van Loy, neef van Alois Van Loy, aangesteld tot assistent bij de leerstoel voor landelijk genie. In 1941 wordt hij als docent belast met de cursussen mechanica, analytische meetkunde en infinitesimale analyse, in vervanging van Aloïs Van Loy. In 1947 wordt Louis Gaston Van Loy benoemd tot hoogleraar en in 1953 tot gewoon hoogleraar. Door opeenvolgende programmahervormingen verschuift zijn leeropdracht van wiskundige vakken naar landbouwmechanica. Van Loy doceerde vakken als motoren, landbouwmachines, tuinbouwmachines en -werktuigen, landbouwmachines der tropische streken, vervoermiddelen, landbouwmachines (techniek, constructie, beschrijving), motorenleer en motorcultuur. Wanneer Aloïs Van Loy in 1948 met emeritaat gaat, beschikt de leerstoel over twee hoogleraren: Karel Petit en Louis Gaston Van Loy, die hun onderwijs en onderzoek elk een eigen richting uitsturen. De facto bestaat daardoor één leerstoel met twee afdelingen: 1. de afdeling landelijke gebouwen, later gewijzigd tot boerderijbouw met als titularis Karel Petit en 2. de afdeling landbouwmechanica met als titularis Louis Gaston Van Loy. In 1954 overlijdt Louis Gaston Van Loy plots. Het aanstellen van een opvolger verloopt moeizaam. In afwachting van een benoeming wordt op de vergadering van de Academische Raad van 16 november 1955 voorgesteld om Van Loy’s cursussen te laten doceren door de ‘assistent van de leerstoel landbouwmechanica’ onder toezicht van prof. Petit. Uiteindelijk worden de cursussen verdeeld onder de twee assistenten die verbonden waren aan de leerstoel boerderijbouw. Jan Moerman krijgt de suppleantie voor de cursus landbouwmachines (techniek, beschrijving en constructie), Julien Van Lancker wordt aangesteld voor de cursussen landbouwmachines, motorcultuur, landbouwmachines en -werktuigen, vervoermiddelen (afdeling waters en bossen) en vervoermiddelen (afdeling scheikunde en nijverheden. De cursus motorenleer wordt toegewezen aan prof. Arthur Van de Putte (verbonden aan de Technisch Scholen, de latere ingenieursfaculteit). Julien Van Lancker en Jan Moerman worden bij KB van 31/15/1957 tot docent benoemd en in 1962 tot gewoon hoogleraar voor de vakken die hen in 1955 waren toegewezen. Pas door het Koninklijk Besluit van 18 mei 1967 wordt met ingang van 1 oktober 1966 een afzonderlijke Leerstoel voor Landbouwwerktuigkunde opgericht. De leerstoel omvat 6 cursussen: landbouwmachines, motorcultuur, landbouwmachines van de tropische streken, tuinbouwmachines en werktuigen, de vervoermiddelen, landbouwmachines, techniek, beschrijving, constructies. Met ingang van 1 oktober 1967 wordt de Leerstoel Landbouwwerktuigkunde uitgebreid tot 8 vakken: bestrijdingstechniek, landbouwwerktuigkunde, landbouwmachines, tuinbouwmachines, landbouwmachines van de tropische streken, motorcultuur, vervoermiddelen en arbeidsleer. Aan de leerstoel worden twee titularissen verbonden. Jan Moerman doceert bestrijdingstechniek en landbouwwerktuigkunde, de andere vakken worden gedoceerd door Julien Van Lancker. Na het emeritaat van prof. Arthur Vandeputte krijgt Julien Van Lancker ook nog de motorleer toegewezen (vanaf 1 oktober 1968). Wanneer de Rijksfaculteit van de Landbouwwetenschappen op 1 oktober 1969 aansluit bij de Rijksuniversiteit Gent wordt de benaming van de diensten van de Faculteit Landbouwwetenschappen aangepast. Jan Moerman wordt aangesteld tot directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Landbouwwerktuigkunde. Julien Van Lancker wordt directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Land- en Tuinbouwmachines. In 1984 gaat Julien Van Lancker met emeritaat. Hij doceerde toen nog 4 cursussen. Deze worden verdeeld over drie professoren: Charles van Aken (motoren), Marcel Debruyckere (arbeidsleer) en Jan Moerman (landbouwmachines en landbouwtractoren). Het Laboratorium Land- en Tuinbouwmachines wordt afgeschaft. In 1988 gaat ook Jan Moerman met emeritaat. Als directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Landbouwwerktuigkunde wordt hij in 1990 opgevolgd door Reinhart Verschoore. Bij de rationalisatie van de facultaire diensten en de oprichting van de vakgroepen in 1992, worden het Onderzoekscentrum voor Boerderijbouwkunde en het Laboratorium voor Landbouwwerktuigkunde ondergebracht in de nieuwe vakgroep Landbouwtechniek (sinds 2008 de vakgroep Biosysteemtechniek). Marcel Debruyckere, voordien directeur-diensthoofd van het Onderzoekscentrum, wordt de nieuwe vakgroepvoorzitter, in 1995 opgevolgd door Reinhart Verschoore |
| Diensthoofd: | Van Loy, Aloïs (1922-1948) |
| Van Loy, Louis (1948-1954) | |
| Directeur-diensthoofd: | Moerman, Jan (1969-1988) |
| Verschoore, Reinhart (1990-1992) | |
| Structuur: | Wanneer de Rijksfaculteit van de Landbouwwetenschappen op 1 oktober 1969 aansluit bij de Rijksuniversiteit Gent wordt de benaming van de diensten van de Faculteit Landbouwwetenschappen aangepast. Jan Moerman wordt aangesteld tot directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Landbouwwerktuigkunde. Julien Van Lancker wordt directeur-diensthoofd van het afgesplitste Laboratorium voor Land- en Tuinbouwmachines. In 1984 gaat Julien Van Lancker met emeritaat en wordt het Laboratorium voor Land-en tuinbouwmachines afgeschaft. |
| Actoren: | onderdeel van: Faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen (1970-1992) onderdeel van: Vakgroep Biosysteemtechniek (1992-) |
| Archieven: | Archief Vakgroep Biosysteemtechniek |
| Bronnen: | Universiteitsarchief Gent. Archief faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen, ARUG_6K1_1_001-ARUG_6K1_1_004. Rijkslandbouwhogeschool Gent. 25 jarig Jubileum en inhuldiging van de nieuwe lokalen van het instituut. Maldegem, Standaert-Van Steene, sd. Dejonckheere, W. Liber Memorialis 1920-1995. Gent, RUG Faculteit landbouwkundige en toegepaste biologische wetenschappen, 1995. Rijkslandbouwhogeschool, Gent, sd. Universiteit Gent. Administratieve gids 1970-1971. Gent, 1970. Universiteit Gent. Administratieve gids 1975-1976. Gent, 1975. Universiteit Gent. Administratieve gids 1980-1981. Gent, 1980. Universiteit Gent. Administratieve gids 1985-1986. Gent, 1985. Universiteit Gent. Administratieve gids 1986-1987. Gent, 1986. Universiteit Gent. Administratieve gids 1987-1988. Gent, 1987. Universiteit Gent. Administratieve gids 1988-1989. Gent, 1988. Universiteit Gent. Administratieve gids 1989-1990. Gent, 1989. Universiteit Gent. Administratieve gids 1990-1991. Gent, 1990. Universiteit Gent. Administratieve gids 1991-1992. Gent, 1991. Universiteit Gent. Administratieve inlichtingen 1992/1993 Gent, 1992. |
| Citeren: | Archief Universiteit Gent, Laboratorium voor Landbouwwerktuigkunde, AU5030 |