| Type: | administratie centraal |
| Andere namen: | ook gekend als: diensten van het eigen vermogen ook gekend als: diensten van het universiteitsvermogen ook gekend als: patrimonium |
| Periode: | 1920-1975 |
| Functies: | De dienst van het Universiteitsvermogen staat in voor 1. De boekhouding / het financieel beheer van het Universiteitsvermogen 2. De personeelsadministratie en wedde-administratie van personeel bezoldigd door het Universiteitsvermogen |
| Geschiedenis: | Een echte oprichtingsdatum voor de dienst is niet bekend. In 1920 werden de eerste financiële transacties vermoedelijk afgehandeld door de rector, bijgestaan door zijn secretaris Louis Hombrecht. Op 12 februari 1921 behandelt de Beheerscommissie Universiteitsvermogen voor het eerst de vraag betreffende de aanstelling van personeel. De commissie is van oordeel ‘que la nomination d’un employé sera nécessaire dans un très bref delai’. In de volgende vergadering van 21 april 1921 worden een aantal personeelsleden die al aan de universiteit verbonden waren voorlopig aangesteld. Louis Hombrecht, secretaris van de rector en ontvanger van de Academieraad, wordt 'comptable au service de la commission'. Opsteller Marcel Stevens wordt belast met de administratie, huisbewaarder Henri De Smaele en Georges Reynvoet, bode in dienst van de beheerder-inspecteur, worden aangesteld tot bode en 'garçon de salle'. Voor hun taken ontvangen ze een vergoeding. Artikel 14 van het huishoudelijk reglement (goedgekeurd op 9 juni 1921) laat toe dat de commissie een bediende kan aanwerven. Deze bediende is belast met de boekhouding en de financiële handelingen van de commissie en staat onder toezicht van de rector. Op 20 oktober 1921 deelt rector Henri Pirenne mee dat hij op voorstel van Louis Hombrecht de heer Etienne Verwest, bediende bij de 'Chambre de Commerce’, voor twee namiddagen per week tijdelijk heeft aangeworven. De bediende staat in voor de opmaak en het bijhouden van het kasboek, het dagboek van uitgaven en het register met de financiële verrichtingen van de faculteiten en instituten. Met ingang van 1 januari 1922 wordt Etienne Verwest aangeworven als 'comptable'. In februari 1922 wordt in de Beheerscommissie de wens uitgesproken om te beschikken over een vaste boekhouder. In de daaropvolgende jaren krijgen Verwest en Stevens vergoedingen uitbetaald voor hun prestaties voor de Beheerscommissie. In de administratieve gids van de Universiteit worden vanaf 1931 de secretaris van de rector Marcel Stevens, toegevoegd als secretaris van de Beheerscommissie en Etienne Verwest als rekenplichtige vermeld. Na de Tweede Wereldoorlog blijven deze functies bestaan, met als rekenplichtige F. Lebrocqui en als hulpsecretaris Raoul Vandenbroeck. Tot 1971 diende alle briefwisseling aangaande het universiteitsvermogen gestuurd te worden naar de rector-voorzitter van het Universiteitsvermogen, waarna deze werd doorgestuurd naar de betrokken eenheid. In 1973 bestaat de centrale administratie van de Gentse universiteit uit drie entiteiten: 1. rectorale diensten, 2. de diensten van de administrateur en 3. diensten van het eigen vermogen. Deze laatste entiteit bestaat uit drie secties: 1. een sectie Algemene Ontvangsten 2. een sectie Ontvangsten en Uitgaven der Kassen en 3. een sectie Personeelsbeleid en Weddedienst. De eerste twee secties behandelen financiële dossiers, de sectie Personeelsbeleid en Weddedienst houdt zich bezig met de afhandeling van personeelsaangelegenheden van de personeelsleden bezoldigd door het patrimonium (aanwerving, bevordering, ontslag, mutaties enz.). In 1974 wordt binnen de diensten van het eigen vermogen een nieuwe taakverdeling doorgevoerd. De algemene leiding berust bij Raoul Vandenbroeck, bijgestaan door Gilbert De Groote. Men onderscheidt nu drie secties: 1. De dienst van het personeel: bevoegd voor de loopbaan en de geldelijke toestand (niet de uitbetalingen van de wedde en vergoedingen) van de personeelsleden die worden bezoldigd door het Universiteitsvermogen (zowel wetenschappelijk medewerkers als administratief en technisch personeel), kinderbijslag, kraamgeld, overeenkomsten fondsen, sociale abonnementen, attesten, wetenschappelijke opdrachten, mutaties, verkiezingslijsten en de voorbereiding en uitvoering van beslissingen te nemen door het Vast Bureau/de Raad van Beheer. 2. De comptabiliteit: belast met de comptabiliteit van de universitaire werking, de sociale werking, kredieten en fondsen, de ontvangsten, de proefhoeve te Merelbeke, financiële toestanden, vereffening facturen, uitbetalingen alle vergoedingen, examengelden, practicumgelden, wachtvergoedingen, kliniekvergoedingen, bijhouden kredieten, bank- en postrekeningen en vastleggingen/bestellingen. 3. De weddedienst: belast met de bezoldiging van het personeel Universiteitsvermogen (algemene diensten, sociale sector, laboratoria/klinieken met ontvangsten, Academisch Ziekenhuis, kredieten en fondsen), berekening en uitbetaling netto-maandwedde, wedde-loonfiches, mutaties, betaallijsten (lonen/wedden, R.M.Z., voorheffing), loonbeslagen, bijdragebons, toesturen kopie weddefiche, vakantiegelden, programmatie, getrouwheidspremie, verzekeringslijsten (arbeiders en bedienden) en attesten. Naar aanleiding van de pensionering van Raoul Vandenbroeck in 1975 wordt de centrale administratie hertekend. De verschillende secties van de diensten van het universiteitsvermogen worden toegevoegd aan bestaande diensten van de administrateur. Vanaf 1975 vermelden de administratieve jaarboeken van de universiteit één comptabiliteitsdienst, waar een onderscheid gemaakt wordt tussen universiteitsvermogen en staatsbegroting. De personeelsadministratie van het universiteitsvermogen wordt een afzonderlijke afdeling binnen de personeelsdienst, met drie secties: 1. een sectie voor het assisterend academisch personeel en voor het vast wetenschappelijk personeel, 2. een sectie voor het administratief en technisch personeel en 3. een sectie een salarisadministratie of ‘weddevaststellingen’. In de loop van de daaropvolgende decennia zorgen hervormingen binnen de Financiële Dienst en de Personeelsdiensten voor verschuivingen. Bij de STeR-hervorming in 2002 verdwijnen de afzonderlijke diensten van het universiteitsvermogen |
| Structuur: | Binnen de Beheerscommissie van het Universiteitsvermogen werd de Dienst van het Universiteitsvermogen opgericht die de beslissingen van de Beheerscommissie uitvoerde. Ook het personeelsbeheer viel onder deze opdracht. Deze afdeling functioneerde lange tijd volledig los van de bestaande Personeelsdienst. Hun bevoegdheden waren evenwel gelijkaardig. |
| Actoren: | heeft link met: Beheerscommissie Universiteitsvermogen heeft link met: Directie Personeel en Organisatie (1957-2001) |
| Archieven: | Archief Dienst van het Universiteitsvermogen |
| Bronnen: | Archief Universiteit Gent, Archief Beheerders van de Universiteit, AR0296_044. "Wet tot toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de Staatsuniversiteiten Gent en Luik, 5 juli 1920." Belgisch Staatsblad, 29 juli 1920, p. 5638-5639. Règlement d’ordre intérieur de la Commission administrative Université de Gand. Sl, sn, 1921. Algemene inlichtingen en administratief jaarboek Rijksuniversiteit Gent. Gent, RUG, 1975/1976-1990/1991. Simon-Van der Meersch, Anne-Marie. Inventaris Archief R.U.G. (1817-1981). Gent, RUG Archief, 1985, p. 8. Langendries, Elienne en Anne-Marie Simon-Van der Meersch. 175 Jaar Universiteit Gent. Een Verhaal In Beeld. Gent, RUG, 1992, p. 137. |
| Citeren: | Archief Universiteit Gent, Dienst van het Universiteitsvermogen, AU5126 |