| Beschrijving: | Krachtens een Regentsbesluit van 7 maart 1945 wordt artikel 28 van de wet van 9 december 1849 aangevuld met de bepaling dat nieuwe studenten bij hun inschrijving aan de universiteit een 'certificat de civisme' moesten voorleggen. Dit attest moest afgeleverd worden door het hoofd van de instelling waar ze voordien onderwijs hadden genoten (middelbaar onderwijs of hoger onderwijs). Het attest diende bekrachtigd te worden door de gemeente waar de student woonde. Voor studenten die eerder al aan de universiteit waren ingeschreven volstond het om een bewijs van burgertrouw, of een getuigschrift van burgerdeugd of een getuigschrift van goed gedrag en zeden afgeleverd door de gemeente voor te leggen. Het Regentsbesluit bepaalde dat deze attesten gedurende 10 jaar zouden worden geëist, met ingang van het academiejaar 1944/1945. Gezien de datum van het regentsbesluit werden de bewijzen voor het academiejaar 1944/1945 vermoedelijk geëist bij de inschrijving voor de examens. |
| Datering: | 1945-1950 |
| Omvang: | 3 pakken, 35 omslagen |
| Documenttype: | serie, beleidsdossier |
| Taal: | Nederlands |
| Ordening : | chronologisch, alfabetisch |
| Vorm: | getypte tekst |
| Archief van: | Ontvanger van de Academieraad |
| Bewaarstrategie: | Archief Ontvanger van de Academieraad |
| Citeren: | Archief Universiteit Gent, Archief Ontvanger van de Academieraad , ARUG_AR0029_S012 |